David Grossman
Boeken
BIBLIOGRAFIE

Boeken
VERSCHENEN BIJ COSSEE
Komt een paard de kroeg binnen

Komt een paard de kroeg binnen

Bernhard Schlink

ISBN: 9789059365711
Bindwijze: Paperback
Datum: 17-04-2015
Omvang: 240
Prijs: €19.99,-
ISBN e-book: 9789059365728
Prijs e-book: €9.99,-

Met Komt een paard de kroeg binnen bewijst David Grossman zich opnieuw als meesterverteller. Hij laat zien waarom wij een gevoel van tekortkomen soms levenslang proberen te camoufleren. En hoe het een redding kan zijn om een moeizaam leven als harde grap te vertellen.

In een zaaltje op een industrieterrein ten noorden van Tel Aviv staat de kleine, bebrilde stand-upcomedian Dov Grinstein op het toneel. Elke keer dat het hem niet lukt het publiek aan het lachen te krijgen, slaat hij zichzelf schrikbarend hard in het gezicht. Als het publiek begint te morren, spreekt een kleine vrouw de zaal toe vanaf de eerste rij.

Zij leerde Dov kennen als kind: toen was hij een beetje vreemd, maar hij was de enige die haar niet pestte. Door haar verhaal neemt Dovs optreden een persoonlijke wending. Hij vertelt over zijn vader Chezkel (kapper en handelaar in namaak-Levi’s) en moeder Sara (kampoverlevende), en zegt dat hij vroeger op zijn handen liep om zijn droevige moeder aan het lachen te krijgen.

Het publiek wil moppen, maar Dov gaat verder met zijn eigen levensverhaal. Als tiener werd hij op een dag weggeroepen uit het premilitaire trainingskamp, omdat een van zijn ouders was overleden. Niemand vertelde hem wie er dood was, en tijdens de rit naar Jeruzalem bedenkt hij van wie hij het erger zou vinden. Hij zet plusjes en minnetjes achter zijn vader en zijn moeder en vindt zichzelf daarom een klootzak. Daar krijgt hij wel applaus voor, van de laatste drie mensen in de zaal.

Komt een paard de kroeg binnen gaat over de levensreddende kracht van grappen, over medelijden en vriendschap. Grossmans meesterlijke roman laat ons lachen en huilen tegelijk.

Ook leverbaar als eboek



Fragment


‘Goedenavond, goedenavond, goe-den-avond Caesareaaaaaa!’

Het podium is nog leeg. De schreeuw weergalmt achter de coulissen. De mensen in de zaal vallen langzamerhand stil en glimlachen verwachtingsvol. Een broodmagere, kleine, gebrilde man vliegt door een zijdeur het podium op, alsof hij erop wordt gesmeten of getrapt.

Hij maakt struikelend nog een paar passen, valt bijna, vangt zijn val op met twee handen op de houten vloer. En dan steekt hij abrupt zijn achterste omhoog. Hier en daar wordt in de zaal gelachen en geklapt. Er komen nog steeds luidruchtig kletsende mensen binnen.

‘Dames en heren,’ roept iemand die van achter een controlepaneel met samengeperste lippen de belichting verzorgt, ‘geef hem een applaus, hier is Dovele G.’ De man op het podium staat nog voorovergebogen in een aapachtige houding, zijn grote bril scheefgezakt op zijn neus. Hij draait zijn gezicht langzaam naar de zaal en blijft lang kijken, zonder met zijn ogen te knipperen.

‘Aha,’ bromt hij, ‘geen Caesarea, hè?’ Er klinkt gelach. Hij komt traag overeind en klopt het stof van zijn handen.

‘Ben ik weer genaaid door mijn impresario?’ Er wordt geroepen vanuit het publiek.

De man kijkt geschokt. ‘Wat? Wat zeiden jullie? Jij daar, tafel 7, ja, jij, gefeliciteerd met je lippen. Complimenten!’ De vrouw giechelt en houdt een hand voor haar mond. Hij staat aan de rand van het toneel, wiegt zachtjes naar voren en naar achteren. ‘Even serieus, schat, zei je echt: “Netanja”?’ Zijn ogen worden bijna zo groot als zijn brillenglazen. ‘Begrijp ik het goed? Je zegt hier bij je volle verstand botweg tegen me dat ik nu ongelogen in Netanja ben, en dat ook nog zonder kogelvrij vest?’ Hij houdt bang twee handen voor zijn kruis.

Het publiek brult van plezier. Hier en daar wordt gefloten.

Er komen nog een paar stellen binnen en daarna een luidruchtig groepje jongens, waarschijnlijk soldaten met verlof. De kleine zaal raakt vol. Bekenden zwaaien naar elkaar. Drie serveersters in shorts en glanzend paarse topjes komen uit de keuken en verspreiden zich tussen de tafels.

‘Luister, Hotlips,’ zegt hij met een glimlach tegen de vrouw aan tafel 7, ‘ik ben nog niet klaar met je, laten we erover praten... Nee, want je lijkt me juist een serieus meisje en ook iemand met een originele smaak, te oordelen naar het interessante kapsel dat je is aangemeten door – laat me raden – de stylist aan wie we de moskeeën op de Tempelberg en de kernreactor in Dimona te danken hebben?’

Gelach in de zaal. ‘En als ik me niet vergis, ruik ik hier ook zakken met geld... Heb ik gelijk? Nou? Top 10 procent stinkerds? Nee? Echt niet? Ik zal je zeggen waarom, omdat ik hier ook een magnifieke botoxbehandeling bespeur en een borstverkleining die volledig uit de hand is gelopen. Geloof me, ik zou de chirurg de handen afhakken.’

De vrouw drukt haar armen tegen haar lijf, verbergt haar gezicht in haar handen en slaakt gilletjes achter haar vingers alsof ze wordt gekieteld. Al pratend loopt de man snel heen en weer over het podium; hij wrijft zich in de handen en neemt het publiek in de zaal op. Zijn cowboylaarzen hebben hoge hakken en begeleiden zijn stappen met een droog getik. ‘Leg me alleen uit, pop,’ barst hij uit zonder haar aan te kijken, ‘hoe het kan dat een intelligente meid als jij niet weet dat je iemand zoiets voorzichtig, met verstand en met beleid moet vertellen en dat je hem niet rauw op zijn dak moet vallen met “Je bent in Netanja! Klabam!” Wat héb je? Je moet hem voorbereiden, vooral als hij zo mager is,’ en met een snelle beweging trekt hij zijn verschoten T-shirt omhoog. Er gaat een spontane kreun door het publiek. ‘Wat, is het niet zo?’ Hij draait zijn blote bovenlichaam ook naar de aanwezigen rechts en links van het podium en schenkt hun een brede glimlach. ‘Zien jullie het? Vel over been, het meeste is kraakbeen. Ik zweer jullie, als ik een paard was geweest, hadden ze allang lijm van me gemaakt, niet?’ In de zaal gegeneerd gegrinnik, gesnuif van afkeer. ‘Luister, lieverd,’ wendt hij zich weer tot de vrouw aan tafel 7, ‘zodat je het weet voor de volgende keer: zo’n bericht breng je iemand voorzichtig, je zorgt dat hij eerst verdoofd wordt. Anesthesie, in godsnaam. Je spuit voorzichtig wat verdovingsmiddel in zijn oorlel, gefeliciteerd, Dovele, mooiste aller mannen, je hebt een prijs gewonnen, je bent geselecteerd om deel te nemen aan een speciaal experiment in het kustgebied, niets langdurigs, een uur of anderhalf, hoogstens twee, wat de maximale tijd is die een normaal persoon mag worden blootgesteld aan de mensen hier...’

Het publiek lacht, en de man reageert verbaasd. ‘Wat lachen jullie, sukkels? Het gaat over jullie!’ Het publiek lacht nog harder, en hij zegt: ‘Wacht even, voor alle duidelijkheid – is jullie al verteld dat jullie hier alleen maar zijn als opwarmpubliek, voordat we het echte publiek binnenlaten?’ Gefluit, geschater. Vanuit een paar hoeken in de zaal klinkt ook boegeroep en hier en daar wordt op tafels gebonsd, maar de meeste aanwezigen zijn geamuseerd.

Er komt nog een stel binnen, beiden lang en dun, met donzig goudblond haar dat op hun voorhoofd danst: een jongen en een meisje, of misschien twee jongens, gehuld in glimmend zwart, met motorhelmen onder hun arm. De man op het toneel werpt hun een blik toe en een dunne rimpel welft zich boven zijn ogen.

Hij is constant in beweging. Eens in de zoveel minuten begeleidt hij zijn woorden met een snelle vuistslag in de lucht, en daarna ontwijkt hij met de schijnbeweging van een bokser zijn tegenstander. Het publiek geniet, en hij houdt een hand boven zijn ogen en speurt de zaal af, waar het al bijna helemaal donker is.

Hij zoekt mij.

‘Even onder ons, jongens, nu zou ik jullie met mijn hand op mijn hart moeten zeggen dat ik weg ben, weg van Netanja, waar of niet?’

‘Waar,’ antwoorden een paar jonge mensen in de zaal.

‘En dat ik het heerlijk vind hier met jullie op donderdagavond in dit toverachtige industriegebied te zijn, nota bene in een souterrain, precies boven op die attractieve lagen radongas, en voor jullie een serie moppen uit mijn achterwerk tevoorschijn te toveren, waar of niet?’


Download het fragment als PDF

Quotes


'In een sublieme roman komen wel twintig uitstekende moppen voor. Maar achter de humor schuilen dubbelhartige verhoudingen. De beklemming die heerst in de zaal wordt door Grossman subliem opgeroepen, waarbij hij handig gebruik maakt van het ongemak van de verteller. Maar Grossman, voor wie ze de Nobelprijs-champagne zo langzamerhand koud mogen zetten, stelt wel meer aan de orde. Gaandeweg de 'voorstelling' wordt duidelijk welk trauma er achter Grinsteins humor schuilgaat. Als Grossman met deze bijtende en indrukwekkende roman één ding laat zien, dan is het hoe je van een boek talloze keren in de lach kunt schieten zonder er één moment vrolijk van te worden.' - NRC Handelsblad *****

‘Onder alle spot en zelfspot waarop Grinsteins publiek en Grossmans lezers in Komt een paard de kroeg binnen worden getrakteerd, verbergen zich twee thema's: het bevrijdende van het bekijken van dingen vanuit een ander perspectief en de dood die bezworen moet worden. Grossman kan door te schrijven ruwheid, domheid en dood niet overwinnen. Maar hij heeft ons wel weer een schitterende roman geschonken, hilarisch en ontroerend.’ - de Volkskrant *****

‘Een auteur een meesterverteller noemen is een cliché. In het geval van David Grossman is het ook een onbetwistbare waarheid. Met Komt een paar de kroeg binnen gaat David Grossman op de ingeslagen weg verder: een verhaal schrijven dat zo veel emoties opwekt dat je verplicht wordt geregeld je blik af te wenden of het boek zelfs neer te leggen, zodat je adem kunt happen en je schrap kunt zetten voor een volgende confrontatie met jezelf en met de wereld om je heen. Wie liefde vindt, stoot echter onherroepelijk op afscheid en verlies. Grossman heeft altijd uitgemunt in het oproepen en het beschrijven van die onverdraaglijke waarheid. Grossman ontwikkelt een verwoestend verteltempo, bombardeert de lezer gestaag met nu een rauwe en dan weer schalkse grappen en werpt meedogenloze blikken op de meeste hartverscheurende zielenroerselen van de mens. De lezer blijft door de combinatie van pittige komedie en diepe tragedie tot het einde nagelbijtend op het puntje van zijn stoel zitten.’ – De Morgen ****1/2

'De ontsnapping als fysieke reactie op verdriet en trauma’s is misschien wel het meest betekenisvolle motief in Grossmans werk. Zoals Rembrandt het licht schilderde, zoals Glenn Gould de piano liet ademen; zo is Grossman de meester van de ontsnapping, die met ieder boek zijn hoogst persoonlijke, herkenbare handtekening zet. In Komt een paard de kroeg binnen liggen de dood en de extatische bulderlach dicht bij elkaar, als in een danse macabre. En toch is de toon licht en schemert het licht van de troost overal door de flitsende zinnen heen. Grossman is en blijft een optimist, die zelfs in de rokende puinhopen na een oorlog, en door de rouw heen, toekomst ziet: in mededogen, in mildheid en liefde. Dat is wat de rechter in Komt een paard de kroeg binnen ons uiteindelijk te vertellen heeft. Tegen die tijd heeft Grossman al alle registers van het menselijk gevoel bespeeld.' - De Standaard *****

'Een roman in de vorm van een stand-upcomedy optreden. Zoiets mag je gerust een waagstuk noemen. David Grossman maakt er een meesterstuk van. Verlies, vlucht en verdwijning zijn leidende thema's in Grossman's werk, maar niet eerder kreeg het zo'n wrange uitwerking als in dit boek. Tussen alle grimmige gein en ongein laat de schrijver een prachtig en pijnlijk portret groeien van een getekend man.' - Trouw

'De nieuwe van Grossman gaat over een stand-up comedian, maar de schrijver zelf is een tovenaar. De magie van het vertellen van verhalen.' - Ronnie Terpstra, Boekhandel Van der Velde, Leeuwarden

'David Grossman voert als auteur de krachttoer uit, die hij zijn fictieve stand-upper in de mond legt. De roman, 250 bladzijden lang, is bijna uitsluitend de monoloog van de man op het podium. Hij boeit, beledigt, smeekt, grapt en grolt over het podium. Alleen de stem van de rechter onderbreekt hem soms, om de reacties van het publiek te duiden, om zijn verlies als weduwnaar en zijn verraad van de jonge Dovele te vertellen. Grossman blijft bij zijn bekende thema, het verlies van een naaste, de verwerking daarvan en hoe verder te leven. Maar deze keer heeft hij een voor hem originele verpakking gevonden.' - Cobra.be

'Een eindeloze monoloog waarbij de spanning tot het eind bewaard blijft.' - VPRO Gids

'De opzet die Grossman heeft gekozen voor zijn nieuwe roman is origineel en goed doordacht, het verloop van het verhaal is onverwacht en meeslepend, en de personages zijn ongewone antihelden die niet direct sympathie opwekken, maar wel intrigeren. Meteen vanaf het begin zet Grossman de sfeer in het rumoerige zaaltje en de uitstraling van de magere, beweeglijke cabaretier levendig neer. Grossman is in staat heel subtiel, bijna achteloos, met een paar woorden de sfeer, een gezichtsuitdrukking, een lichaamshouding te beschrijven en tot leven te brengen. Lachen is tegelijkertijd afweermechanisme en uitlaatklep, en humor een manier van omgaan met verdriet, zowel het grote als het kleine. Grossman toont op indringende wijze aan dat humor en verdriet elkaar niet moeten verdringen, en dat er prachtige dingen ontstaan als ze beide de ruimte krijgen.' - Friesch Dagblad

'Komt een paard de kroeg binnen is opnieuw een meesterstuk van Grossman, een vormtechnisch wonder. Laat u door de voor de Nederlandse markt wellicht wat carnavaleske titel niet misleiden. Of wel, er valt in deze roman in elk geval genoeg te (grim)lachen.' - Literatuurplein.nl

‘Ik weet niet hoe Grossman ’m dat geflikt heeft, maar hij heeft dit hartverscheurende verhaal verpakt in een flitsende Hebreeuwse stand-upcomedy. Maar vooral: het is ontzettend spannend.’ – Ruben Verhasselt, vertaler van o.a. Grossmans werk

'Komt een paard de kroeg binnen schrijnt en schuurt aan alle kanten. Wie zich daaraan overgeeft, wordt geraakt tot in al zijn vezels.' - Nederlands Dagblad

'Voor wie nu in de boekwinkel staat: Komt een paard de kroeg binnen van David Grossman. Tip voor alle comedians. Lezen!' - @ComedyTheater

'Zonder tragedie, geen komedie. Dat is heel treffend voor David Grossman. Komt een paard de kroeg binnen is heel grappig maar soms ook plaatsvervangend beschamend. Als je dit met plezier hebt gelezen, moet je eigenlijk ook Een vrouw op de vlucht voor een bericht van Grossman lezen!' - Bob Kappen, Boekhandel van der Meer, Noordwijk

'Gaandeweg weet David Grossman zijn lezers onstuitbaar mee te slepen in het verhaal. Hij ergert en ontroert, verrast en overrompelt. Wat aanvankelijk een lach-of-ik-schietconference lijkt te worden ontrolt zich tot een diepdoorleefde getuigenis van het menselijk tekort.' - Noordhollands Dagblad ****

'Komt een paard de kroeg binnen is in romantechnisch opzicht een kunststukje van de eerste orde.' - De Groene Amsterdammer

‘De bekende Israëlische auteur schreef een flitsende én beklemmende, tragische én wrang-komische roman over dood en verlies, schuldgevoelens en humor als middel om te overleven. Bij herlezing wint dit bijzondere boek aan kracht.’ – NBD|Biblion

‘David Grossman schrijft niet alleen voor zijn eigen overleven, maar ook voor dat van ons allemaal.’ – Die Zeit